Studies
Marta, Maria en Lazarus
Lezen: Johannes 11:1-45
In dit verhaal zien we de hoofdpersonen Marta, Maria en Lazarus. Alle drie totaal verschillende mensen. Maar ook zo herkenbaar voor ons. We zouden christenen vandaag de dag kunnen onder verdelen in drie categorieën: mensen die lijken op Marta, op Maria en op Lazarus. Mensen die lijken op Marta vinden het heerlijk om te dienen. Zij zijn druk bezig met koken, schoonmaken en andere dingen welke een zegen zijn voor de Heer en zijn leerlingen. Jezus gaf Marta een standje, omdat haar blik niet meer gericht was op haar relatie met Hem en ze te veel aandacht besteedde aan het dienen. Dit gevaar loopt iedereen die is zoals Marta. Mensen die lijken op haar zuster Maria vinden het heerlijk om aan de voeten van Jezus te zitten en te luisteren naar wat hij te vertellen heeft. Vaak hebben de Marta’s onder ons veel aan te merken op de Maria’s onder ons. Zij stellen net als Marta de vraag “Heer, kan het U niet schelen dat mijn zuster mij al het werk alleen laat doen? Zeg tegen haar dat ze mij moet helpen”. Veel mensen zouden dezelfde vraag stellen en Marta daarin gelijk geven. Maar opmerkelijk genoeg gaf Jezus het volgende antwoord: “Marta, Marta, je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk. Er is maar één ding noodzakelijk. Maria heeft het beste deel gekozen, en dat zal haar niet worden ontnomen.”. Over Lazarus weten we eigenlijk niet veel, hij wordt ook een zekere man uit Betanië genoemd. Het enige dat we van hem weten, is dat hij ziek was en vlak daarna gestorven is. Maar met deze kenmerken kunnen we onze laatste groep mensen classificeren: (geestelijk) dood. Mensen die Jezus op een veilige afstand houden, terwijl ze hun eigen leven regelen en eigen plannen maken.
Spreken in tongen
Spreken in tongen
Het spreken en het bidden in tongen is een lastig onderwerp. Onder andere omdat veel kerken en ook gelovigen hierin niet op één lijn zitten. Er zijn er die beweren dat het niet meer van deze tijd is, en dus alleen in de tijd van de apostelen voorkwam. Er zijn er die beweren dat het enkel het spreken van een andere bekende menselijke taal is, zoals in Handelingen 2. Maar als we de Bijbel lezen, kunnen we niet om het onderwerp heen. Iedereen is het eens dat de gaven en de vrucht van de Heilige Geest belangrijk zijn. Het spreken in tongen is één van de gaven van de Geest en kunnen we daarom niet aan de kant schuiven.
Even kort over de te gebruiken terminologie: het spreken in tongen is vaak de verzamelnaam van het spreken en bidden in tongen, ook wel tongentaal. Er is een duidelijk onderscheid tussen spreken en bidden in tongen, wat we ook later zullen zien. Echter worden deze twee vaak wel door elkaar gebruikt. In een algemene context is dit verder geen probleem. In zulke gevallen hebben we het over het totaal, ofwel het spreken ofwel het bidden of beide. Bij het vaststellen van kaders, of regels, moeten we dit onderscheid wel duidelijk maken. Later hierover meer.
Laten we in deze studie niet kijken hoe andere gemeenten het spreken in tongen gebruiken of misbruiken. Laten we ook niet betwijfelen of het wel of niet echt is wat bepaalde medegelovigen doen. Laten we ook niet op of neer kijken op mensen die het wel of niet doen. En als laatste, laten we niet in twijfel trekken dat deze gave bestaat. Hierin is de Bijbel veel te duidelijk. Als je hierover wel twijfels hebt, laat het me dan weten, dan kunnen we hier nog eens verder op in gaan.
Esau
Esau
In de Bijbel vinden we veel mensen wier levens mislukt zijn en die ons tot voorbeeld kunnen dienen. Deze mannen en vrouwen hadden ook een rooskleurige toekomst van God ontvangen, maar verloren hun erfenis. Het verhaal van Esau is een voorbeeld van zo’n tragisch verhaal.
Isaak, de zoon van Abraham, was getrouwd met Rebecca. Zij bleek onvruchtbaar, maar na gebed werd de tweeling Jacob en Esau geboren. God sprak tot Rebecca de volgende woorden terwijl ze zwanger was:
Twee volken zijn er in je schoot, volken die uiteengaan nog voor je hebt gebaard. Het ene zal machtiger zijn dan het andere, de oudste zal de jongste dienen. Genesis 25:23.
Esau werd eerst geboren, rossig en helemaal behaard. Daarna kwam zijn broer Jacob die hem bij de hiel beet had. Esau werd een goede jager die altijd buiten was, terwijl Jacob een rustig man was en het liefst bij de tenten bleef. Isaak was zeer op Esau gesteld en Rebecca hield meer van Jacob. Omdat Esau de eerstgeborene was, bezat hij daardoor automatisch het eerstgeboorterecht.
Toen Esau een keer uitgeput thuis kwam van een jacht, was Jacob aan het koken. Esau vroeg Jacob wat van het eten, waarna Jacob vroeg naar het eerstgeboorterecht van Esau. Esau gaf hem dit in ruil voor brood en linzensoep.
In de tijd daarna lezen we even niets over deze ‘deal’. Er brak namelijk een hongersnood uit, waardoor de familie Isaak moest verhuizen naar Gerar. Isaak werd daar ontzettend rijk omdat God hem zo zegende. Zelfs zo rijk, dat de Filistijnen er jaloers op werden. Daarom verliet de familie Isaak het gebied weer, naar Berseba. Ondertussen trouwde Esau ook nog met twee vrouwen uit Kanaän, waar Isaak en Rebecca niet blij mee waren.
